Verhalen

  • **Het slagveld**

    Naast ons huis heeft een slachting plaatsgevonden. Geen oorlogstaferelen met rondvliegende darmen en bloedstromen, maar een keurige, ambachtelijke executie met kettingzagen, afgehakte ledematen en houtsnippers. Het bos is omgelegd. Plat. Alsof iemand vond dat bomen ook maar eens moesten leren liggen in plaats van altijd zo hooghartig rechtop te staan.

    Dat is even wennen. Bossen zijn hier geen decor voor meditatieve zondagmiddagwandelingen op aangelegde zandpaden. Bossen zijn hier grondstoffen met bladeren. Ze staan er om parket te worden en, in minder glorieuze gevallen, rook.

    Zodra bomen voldoende rond, dik en goed doorvoed zijn, worden ze zonder pardon geslacht. Dit buurbosje was overigens geen boslaantje, eerder een gribusbosje. Overal omgevallen bomen die tegen elkaar aan leunden alsof ze samen een slechte poging deden het dominowereldrecord te verbreken. Het was er donker. Het beetje licht dat erin viel, kwam er niet meer uit. Een zwart gat met wortels. Zo stel je je het bos van Hans en Grietje voor, vlak voordat de oven opengaat. Vogels waren er nauwelijks. Begrijpelijk. Niemand wil vast komen te zitten in een kosmische houtmassa.

    Maar nu is het bos weg. De dunnere stammen zijn al verzaagd en afgevoerd om woonkamers warm te houden. De dikkere liggen er nog, ontkleed en wachtend op hun tweede leven als Europees eiken parket, keurig gecertificeerd. Zelfs bomen sterven tegenwoordig duurzaam.

    En zie, elk nadeel heb zijn voordeel, zelfs als het nadeel bestaat uit een ravage. In één klap is er licht. Veel licht. Onze tuin baadt erin, vooral nu de zon laag staat. En wonderlijk genoeg vinden de vogels het prachtig. Ze zijn massaal hier naar toe gemigreerd, alsof het hier ineens een all-inclusive winterzonbestemming is geworden. Canarische Eilanden, maar dan met vetbollen. Want wij helpen een handje door royaal zaden te voeren, want beschaving begint bij bijvoeren. 

    Je zou kunnen denken dat op het platteland alles stilstaat, maar ook hier geldt de wet: “het enige dat zeker is, is dat alles verandert. Zelfs het bos. Vooral het bos. 

  • **De boekenkast**

    Er was eens een hoek. Niet zomaar een hoek, maar een hoek in onze woonkamer. Hoeken zijn verraderlijk: ze zitten heel stil, maar ondertussen verzamelen ze spullen zoals een kat vlooien verzamelt. Deze specifieke hoek is rommelig — niet schattig-rommelig, maar erg rommelig. Oordeel zelf. 

    Deze hoek heeft veel draden, elektriciteit, ethernet en andere draden. Het lijkt een beetje op de braamstruiken in onze tuin, de draden vervlechten zich in elkaar totdat een ondoordringbaar geheel ontstaat. Gelukkig zonder doorns. Het had nog erger gekund.

    Volgens het oorspronkelijke ontwerp van het huis had in deze hoek de keuken moeten komen. Die zit er dus niet. De architect was vast iemand die dacht dat mensen zich keurig aan plattegronden houden. De keuken zit inmiddels elders in ons huis, en deze hoek bleef achter als een ruimte zonder bestemming.

    Lege plekken worden vanzelf gevuld. Daar hoef je niets voor te doen, het gaat vanzelf, ook hier. Ik heb er mijn bureau neergezet. Daarmee veranderde de hoek officieel in een ‘kantoorachtig iets’. Een plek om te werken en vooral om spullen neer te zetten. 

    Tijd dus voor een beetje ordening. Een wand vullende boekenkast leek ons een goed idee. In Frankrijk noemen ze zoiets een *bibliothèque* leerde ik van onze nieuwe buren. Wij Nederlanders hebben dat woord liefdevol overgenomen, maar zoals wel vaker hebben we de essentie gemist. Wij denken bij een bibliotheek vooral aan iets waar je naartoe gaat om boeken te lenen.

    Enfin, er moest een grote *bibliotheque* komen. Pinterest werd geraadpleegd — het moderne equivalent van kijken in de winkel, maar dan zonder sociaal contact. Ideeën genoeg: een boekenkast met een geïntegreerd bureau, plaats voor printer, router, en andere electronische apparaten die zacht zoemen zoals een bijenkorf in het veld. En ja, ook boeken. Als er nog plaats is tenminste.

    Het ontwerp is er. Nu alleen nog eventjes bouwen. Dat is altijd het moment waarop theorie en praktijk uit de pas gaan lopen. Maar het komt vast goed. 

  • **Waarom een blog?**

    Waarom schrijft iemand een blog? Dat is zo’n vraag die zich opdringt als een mug op een zwoele zomeravond. Irritant en moeilijk te negeren. Sommigen denken dat de blogger zijn superieure leven wil etaleren, als een pauw met wifi. Of misschien is het tegendeel waar en is het leven zo saai dat alleen het opschrijven van de dagelijkse sleur nog enige vorm van opwinding oplevert. En dan is er nog de kans dat de blogger denkt dat in hem een groot schrijver schuilt, wachtend op ontdekking, zoals een eurocent op het trottoir.

    Mijn eigen motieven zijn minder verheven en daardoor waarschijnlijk eerlijker. Schrijven over je leven is gewoon leuk. Het is een manier om te vertellen wat je bezighoudt. En dan zijn er de reacties: in- of uitstemmend gemompel vanuit het digitale domein. 

    Toen wij naar Frankrijk verhuisden, begon ik met korte berichten op Facebook, een platform dat zich voordoet als dorpsplein maar in werkelijkheid een drukke straat is vergeven van zakkenrollers op zoek naar centjes. De beheerders van Meta zijn meer geïnteresseerd in het gebruiken van haar klanten voor winstmaximalisatie dan in het vooruithelpen van de wereld. Ik koesterde nog even de hoop op een Europees alternatief—iets kleinschaligs, iets fatsoenlijks. Maar zoals dat gaat met alles wat ook maar een zweem van succes vertoont: het wordt opgeslokt en vermorzeld door Big-tech, dat zich gedraagt als een allesetende amoebe met aandeelhouders.

    En dus geldt hier de welbekende wetmatigheid: als je iets goeds wilt, dan moet je het zelf maken. Vandaar dat ik vanaf vandaag met trots mijn eigen blog publiceer: Hauteblog.eu. Hier valt te lezen wat er zoal gebeurt bij ons in Hautefort -kleine observaties, projectjes, gedachten, en alles wat daar tussenin bungelt. En het mooiste: jullie mogen jullie ermee bemoeien. Reageren mag, zelfs graag. Want niets is zo leuk als lezen hoe anderen tegen de zaken aankijken. 

    Kortom: laten we lol maken. Dat is tenslotte al een schaars goed aan het worden.